Zwemtaal

Op de zwemschema's kom je allerlei termen en afkortingen tegen. Hieronder kun je een voorbeeldschema downloaden en leggen we de diverse termen en afkortingen uit.

voorbeeldschema zwemtraining
  • ABC: serie met achtereenvolgens armen, benen en borstcrawl
  • Armen:  alleen met je armen zwemmen, borstcrawltechniek. Eventueel met pullboy tussen je benen
  • BC: borstcrawl
  • Benen: alleen met je benen zwemmen, borstcrawltechniek. Armen liggen gestrekt naar voren, met plankje of pullboy in je handen.
  • Bijleggen (voor): borstcrawl waarbij je telkens je beide handen even bijelkaar haalt alvorens door te halen.
  • Bijleggen achter: borstcrawl waarbij je telkens je beide handen even bij  je heupen bijelkaar hebt
  • CSS-test. css=critical swim speed. De test bestaat uit drie onderdelen: 50m, 200m en 400m borstcrawl. De test wordt twee keer per jaar gehouden en geeft je inzicht in je eigen vooruitgang. De resultaten dienen ook als basis voor de baanindeling
  • Golfje: direct na het insteken van je hand, steek je je hand heel even boven water en steekt opnieuw in, een golfje met je hand
  • Li / re ademen. Inademen alleen aan linker danwel alleen aan rechterkant
  • Max en sprint: zo hard als je kan. Submax: is daar net onder. Bij submax moet je na de oefening nog 'iets over hebben'
  • Open vingers: met gespreide vingers zwemmen
  • p. Voorafgegaan door 10, 15, 20 etcetera: aantal seconden pauze na de oefening van het schema
  • Paddles (peddels),mits geen schouderproblemen. Handstukken die je nopen techniek goed toe te passen. Met paddles lever je meer kracht. Sommigen ondervinden hinder aan schouders, dan niet gebruiken natuurlijk
  • Plank(je). Hulpmiddel tbv drijfvermogen, meestal gebruikt bij 'benen'
  • Polocrawl. Borstcrawl met je hoofd boven water. Zoals waterpolo-ers
  • Progressief: gedurende de opgegeven afstand versnellen. Langzaam beginnen, snel eindigen
  • Pullboy (of pullbuoy of poolbuoy). Hulpmiddel tbv drijfvermogen
  • Regressief: gedurende de opgegeven vertragen. Snel beginnen, langzaam eindigen
  • Rc: rugcrawl
  • SNK: Slag Naar Keuze. Vrijwel altijd bij in- of uitzwemmen
  • Ss: schoolslag
  • Vl: vlinderslag
  • Vuisten. Met je handen als vuisten zwemmen
  • Wissel(slag)/Ws: achtereenvolgens vlinderslag, rugcrawl, schoolslag, borstcrawl
  • Wrikken (voor, midden, achter). Oefening om water te pakken. Je armen liggen stil, alleen je handen bewegen om je pols.
  • Z1, Z2, Z3, Z4, Z5. Z = zone. Z1 is dus Zone 1, etc. 
    • Z1= heel, ja vervelend langzaam /  slow motion. Nadrukkelijk bedoeld om je op je techniek te focussen
    • Z2 is rustig zwemmen
    • Z3 is doorzwemmen 
    • Z4 is stevig doorzwemmen
    • Z5 is snel zwemmen, maar nog geen (sub-)max of sprint.